Blog

Zout aan tafel – in gesprek met Tjap Broekema

‘Deze week werd ik nog opgebeld: ”Tjap, kom je weer langs? Gaan we weer samen uit de Bijbel lezen?” Dat vind ik echt fantastisch, daar heb ik zelf ook veel aan.’

Tjap Broekema (55) vertelt tijdens de koffie enthousiast over de catechisaties die hij geeft. ’Nou, catechisaties is een duur woord, maar ik begeleid mensen op weg naar hun geloofsbelijdenis of de doop. Het is heel verschillend hoe mensen tot geloof komen, die weg is bij iedereen anders. Soms kan ik iemand begeleiden die al heel snel tegen mij zegt: “ik geloof alles, alles is gewoon waar.” Iemand anders kan na anderhalf jaar radeloos zeggen: ”geef mij dat geloof.” Dat vind ik ontzettend moeilijk. Ik kan niemand het geloof geven, maar ik kan wel laten zien waar het om draait. Wanneer iemand bijvoorbeeld steeds zegt “ik voel niks”, dan laat ik zien dat het niet om ervaring maar om openbaring draait. God heeft vanaf het begin van de Bijbel een belofte gedaan en daar mag je je aan vast houden. Ik begin de lessen altijd met het Oude Testament waarin God keer op keer terugkomt op zijn beloftes. Soms komen we daarin verhalen tegen die lastig te begrijpen zijn.
Voor mij zijn dan twee punten van belang:

  1. God is goed
  2. De Bijbel is waar.

Als iemand dan aan mij vraagt: “Hoe zit dat met Jona? Drie dagen in de buik van een vis, dat kan toch niet?” Dan zeg ik gekscherend:

“Nou, ik ken iemand die negen maanden in de buik van zijn moeder zat en díe leeft zelfs nog”.

Soms krijg ik ook wel eens te horen: “Zo’n God, dat is niks voor mij. Dit mag niet, dat mag niet. Ik wil het zelf uitzoeken en heb daar geen politieagent voor nodig.”
In zulke gevallen probeer ik uit te leggen dat God je beschermt omdat Hij je lief heeft. Stel dat we in Nederland alle verkeersregels zouden vergeten. Dan mag je lekker doen wat je zelf wilt, maar dan mag je niet klagen als je auto in de prak ligt. Zo is het ook met God. De tien geboden zijn de verkeersborden van het geloof, gemaakt uit liefde.’

De ogen van Tjap stralen als hij vertelt over zijn gesprekken met jonge mensen op zoek naar geloof. Hij ziet zichzelf als een bakkenist, iemand die meerijdt in de zijspan om het evenwicht te bewaren. Dat wil niet zeggen dat hij zelf een onwankelbaar geloof heeft.

’Ik denk ook wel eens: ik bel vanavond af, want ik zit zo in de knoop. Ik weet niet wat God met mij moet. Toch krijg ik altijd weer kracht van boven en soms ook van de mensen die ik begeleid. Eens zei een vrouw tegen me: ”Inderdaad Tjap, je bent ook een waardeloze kerel, maar: God houdt van je!”’

This Post Has 0 Comments

Leave A Reply






7 × negen =