Blog

Opinie – Kijk eens in de spiegel

‘Het gaat er om dat je erkent dat de relaties waarin je staat je diepgaand beïnvloeden. Het is belangrijk om er al biddend en in het licht van de Bijbel mee om te gaan. Praat in alle openheid met de mensen om je heen over wat je op dit gebied (een gemengde relatie, red.) meemaakt, en zoek daarbij niet alleen mensen uit die het toch wel met je eens zullen zijn. Probeer altijd ook het kritische tegengeluid in je leven te laten klinken.’(*1)

‘De kerk bestaat niet ­alleen uit erediensten, maar ook uit onderlinge verbondenheid om ­beter discipel van de Heer ­Jezus te kunnen zijn. Dan gaat het dus niet slechts om gezellige ­contacten of zelfs om het samen ­Bijbelstudie doen. ­Bijbelse ­verbondenheid kun je goed omschrijven als: “worstelen om de ziel van de ander”.’(*2)

Deze citaten houden ons een spiegel voor, ook bij de manier waarop we met elkaar omgaan in geval van gemengde relaties. Kunnen we in dit opzicht open met elkaar omgaan? Willen en durven we het gesprek aan en hoe veilig is de gemeente (of de kleine kring)?

Bij het samenstellen van deze ZOUT over gemengde relaties kwamen we keer op keer allerlei reacties tegen die wijzen op een flinke spanning en verlegenheid in de omgang met deze problematiek. ­Zowel bij jongere als bij oudere gelovigen die een gemengde relatie zijn aangegaan, als ook bij de gemeentes zelf.
Er wordt mee geworsteld: ‘Doe ik er goed aan? Ik houd zo veel van die ander. Maar ik wil ook gaan voor mijn geloof.’ Er is sprake van schuldgevoel, van strijd om het eigen geloof te behouden en angst voor het oordeel van anderen hierover, er is schaamte als er een ­huwelijk is gekomen dat toch niet zo goed verloopt als gehoopt en verwacht. Er is eenzaamheid. Soms is er in het geval van een huwelijk moeite om elkaar te blijven zien als aan elkaar gegeven. Soms houdt het huwelijk geen stand. Soms het geloof niet. Soms houden beide stand, maar voelt men onuitgesproken verwijt over de relatie.
Er wordt ook geworsteld door kerken­raden: er zijn veel persoonlijke gesprekken, er wordt beleid gemaakt over hoe te handelen in geval van een gemengde relatie. Tegelijkertijd hoor je reacties dat het steeds normaler wordt dat er ­gemengde verkeringen zijn en dat er niets tegen te doen is.

Hoe belangrijk zijn wij voor elkaar als broers en zussen in het geloof? Hoe gaan wij met elkaar om? Houden de reacties in dit nummer ons een spiegel voor hoe we dat doen? Is er passie en bewogenheid met deze (vaak jonge) zussen en broers die tot uiting komt in een liefdevolle benadering? Op een of andere manier brengt deze problematiek nogal eens aan het licht dat we snel in de hoek van afwijzing en oordeel zitten. Meestal gaat er echter een heel verhaal achter schuil waar de omgeving geen weet van heeft. Een liefdevolle opstelling kan de ander helpen bij het zoeken naar antwoorden op de vragen die een gemengde relatie met zich meebrengt.

In kleine (vrienden)groepen waar ruimte is om op adem te komen en jezelf te zijn gebeuren bijzondere dingen. In groepen waar geloof en leven gedeeld worden, waar ruimte is voor vragen en zoeken zonder veroordeling, daar waar voor elkaar gebeden (en gestreden) wordt: ‘Ik maak het mee dat er bewust voor Jezus wordt gekozen en ik heb zo zelf in mijn eigen vriendenkring een broeder en zuster mogen begroeten.’
We leven in een individualistische samenleving: als je jezelf maar kunt zijn, als je maar kunt doen wat je zelf wil. Dat zijn belangrijke slogans. Maar zou dat echt de hoogste drijfveer zijn in het leven van een mens? Is er in deze samenleving niet juist veel behoefte aan gemeenschap, aan een echt gekend worden?
Een kerk van Christus heeft alles in zich om een veilige plek te kunnen zijn, waar mensen samen kunnen leven, fouten kunnen maken en erkennen, ze zich gekend en geliefd weten door God en deze genade kunnen ervaren, uitleven en doorgeven. Laten we daar veel werk van maken.

Citaten
*1 Hans Schaeffer. Trouwen. Als je vrijheid je lief is, p.95. Uitgeverij Van Wijnen. Franeker. 2008
*2 Aad Kamsteeg en Ronald Westerbeek. 40 dagen: Feest van genade. Werkboek voor een verdiepend gemeenteproject, p. 72. Buijten & Schipperheijn Motief. Amsterdam. 2011

This Post Has 0 Comments

Leave A Reply






3 − drie =