Blog

Gemengde relaties, wat kun je ermee?

Wat is er aan de hand?
Vroeger was het al erg als je thuiskwam met een partner van de verkeerde kerk. ­Tegenwoordig zijn er veel ouders die God diep dankbaar zouden zijn als hun zoon of dochter tenminste verkering krijgt met iemand die serieus gelovig is. Daarbij zijn de kerken kleiner geworden (en dus ook het aantal potentiële partners van kerkelijke komaf) en begeven jongeren zich veel meer dan vroeger in een seculiere omgeving. ­De som is dan gauw gemaakt: er komen steeds meer ‘gemengde relaties’.
Wat kun je daarmee? Sommigen dringen aan op flinke taal. Maar je stoot mensen ­zomaar af, en een ramkoers kan ervoor ­zorgen dat ook de kerkelijke partner zich losmaakt. Je zult maar te horen krijgen dat je geliefde ‘een kind van de duivel is’ (volgens Johannes 8:44) en dat je, als je met hem trouwt, dus ‘de duivel zelf als schoonvader krijgt’ – aldus een artikel op de CIP-website (15 maart 2011). Duidelijke taal, maar in de praktijk is het een weinig invoelende benadering van jonge stellen.

Missionaire mogelijkheden?
Daar komt bij dat veel ongelovige partners tot geloof komen door zo’n gemengde ­relatie. In Nederland is niet onderzocht ­hoeveel, maar uit onderzoek in Engeland komt naar voren dat 6% van de vrouwen die bekeerd is, tot geloof is gekomen vanwege een gelovige partner. Bij de mannen is dat zelfs 15%, waarmee een relatie met een gelovige de belangrijkste factor is in het tot geloof komen van mannen buiten de kerk (alle andere factoren scoren lager). Velen zullen die verhalen ook kennen uit hun eigen omgeving. Het is misschien wel de meest gebruikelijke weg waarlangs nieuwe bekeerlingen bij de kerk komen in ons land. Alleen, de eerlijkheid gebiedt te zeggen: we weten natuurlijk niet hoeveel procent kerkelijke vrouwen en mannen zijn afgehaakt vanwege een relatie met een ­ongelovige partner. En we weten niet hoeveel er, al dan niet moeizaam, samenleven met een partner die ongelovig is gebleven. En hoeveel effect dat heeft op de opvoeding van eventuele kinderen. Zelf ken ik verhalen waarin de kinderen allemaal de weg van de gelovige partner zijn gegaan, maar ik ken ook andere verhalen.
Kortom, verkering is geen evangelisatie­methode, zelfs al kan het mooie missionaire effecten hebben. Verkering is natuurlijk helemaal geen ‘methode’ voor wat dan ook. Op aantrekkingskracht tussen twee mensen heb je weinig invloed. De tijd is ook voorbij dat (jonge) mensen zich op dit punt laten gezeggen door een dominee, of zelfs door ouders. Anders gezegd: als zulke dingen dan nog gezegd moeten worden, is het al te laat. Maar als zo’n verkering begint, wat dan? Moet ‘de kerk’ (ouders, pastors) het ontmoedigen?

Het Nieuwe Testament
De eerste christenen leefden als een kleine, wervende minderheid tussen een grote heidense meerderheid. Als gevolg waren er gemengde huwelijken. Dat kon omdat een van de partners zich bekeerde na hun huwelijk. Of omdat een meisje dat christen was geworden werd uitgehuwelijkt aan een niet-christelijke man. Een van de vragen waarmee Paulus te maken krijgt in zijn jonge gemeenten, is: wat moeten christenen doen die getrouwd zijn met een niet-christen? Je zou je de volgende simpele logica kunnen voorstellen: christenen moeten zich zoveel mogelijk afzonderen van relaties met ongelovigen. In 1 Korintiërs 6 lezen we bijvoorbeeld dat gelovigen geen gebruik moeten maken van heidense rechters, en dat een gelovige die een prostituee bezoekt, ‘één lichaam met haar wordt’ (v. 16). In 2 ­Korintiërs 6:14-15 komen we zelfs een tekst tegen die elke relatie met ongelovigen lijkt uit te sluiten: ’Loop niet in hetzelfde span met ongelovigen’. De zinnen die daarop volgen, maken een scherpe tegenstelling tussen de gemeente en de wereld er omheen.
Nu is de betekenis van die tekst omstreden: sommige uitleggers zien hem zelfs als een citaat van Paulus’ sectarische tegenstanders. Paulus zelf lijkt het immers veel spannender te maken: je niet afzonderen, maar je toch niet uitleveren; in de vrijheid staan, en toch niet losbandig zijn (Romeinen 14; 1 ­Korintiërs 8; Galaten 5). Als we kijken naar het huwelijk, zien we net zoiets. Als christenen zich inderdaad ver moeten houden van ongelovigen, dan zou je verwachten dat Paulus iets zou zeggen als: het huwelijk tussen een christen en een niet-christen is ongeldig. Of het ‘besmet’ de christen met de goddeloosheid van de niet-christen. Zo’n huwelijk moet ontbonden worden; sowieso is het niet voor het aangezicht van God gesloten.
Maar dat zegt Paulus niet. Hij draait het radicaal om! In 1 Korintiërs 7:12-16 zegt hij dat de ongelovige man ‘geheiligd’ is in zijn gelovige vrouw, en andersom. In plaats van angst voor de ‘besmettelijke’ uitwerking van het heidendom, stelt Paulus dus de ‘besmettelijke’ uitwerking van het geloof in Christus. Paulus vertrouwt dat het Koninkrijk van God sterker is dan dat van de wereld. En ‘wie weet’, schrijft hij vervolgens, ‘u zou toch uw man/vrouw kunnen redden?’ (v. 16).
Hetzelfde schrijft Petrus aan christelijke vrouwen die getrouwd zijn met een niet-christelijke man. Omdat in de Romeinse cultuur de vrouw werd geacht de godsdienst van de man te volgen, hadden zij het niet gemakkelijk. Maar Petrus spoort hen aan hun mannen trouw te blijven en hun man te ‘winnen’ door hun gedrag (1 Petrus 3:1). Dat dit ook vele malen is gebeurd, daarvan getuigt de geschiedenis. Rodney Stark, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de groei van de vroege kerk, stelt dat vrouwen vaak eerst bekeerd werden, en vervolgens hun mannen. Hetzelfde is te horen uit tal van zendingsgebieden overal ter wereld. Het  zegt misschien iets over onze missionaire spankracht dat in ons soort kerken ­gemengde relaties vooral aan de orde komen als gevaar, niet als mogelijkheid.

Diepere commitments
Betekent dit nu dat verkering met een ­ongelovige prima is? In de Bijbel is geen aanknopingspunt te vinden om te kunnen zeggen dat het verboden is, c.q. ­tuchtwaardig. Tenzij we bepaalde teksten heel eenzijdig uitleggen. Maar daarmee is het nog niet aan te bevelen. Zoals Paulus zegt: ‘Alles is geoorloofd, maar niet alles is goed voor u’ (1 Korintiërs 6:12). Weduwen die willen hertrouwen, adviseert hij een huwelijk ’in verbondenheid met de Heer’ (7:39). In het algemeen is het wijs om te zoeken naar een partner die dat niet ­alleen mogelijk maakt, maar het ook actief ­ondersteunt. Het leven is al moeilijk genoeg.
Dus als iemand serieus verkering krijgt met een ongelovige, zorg dan voor het trouwen voor duidelijkheid op het gebied van geloof. Kies een pastorale benadering die het heil van de beide partners boven alles stelt. Onze primaire roeping als christenen, ouders, pastors, is dat wij getuigen van Christus zijn die altijd op zoek zijn naar manieren om mensen met hem te verbinden. Elke mogelijkheid daarvoor moeten ­we aangrijpen.
Iemand die ik van erg nabij ken, kreeg ­verkering met een ongelovige man. ­Hoeveel zij ook van elkaar hielden, en hoezeer hij ook respecteerde dat zij bad en naar de kerk ging, hij bleef zelf op afstand. Op een gegeven moment maakte zij het uit, verdrietig maar vastbesloten. ‘Hoeveel ik ook van je houd, ik hoor bij de Heer. Als je dat niet met me kunt delen, kunnen wij niet samen ons leven delen’. Later vertelde hij me: ’Pas toen realiseerde ik me dat geloof voor haar méér was dan een hobby. Ik zag het al die tijd als een onschuldige vrijetijdsbesteding. Leuk voor jou (en ik laat je er natuurlijk vrij in), maar niks voor mij’. Die ­realisatie dat er in het leven commitments zijn die zelfs dieper gaan dan verliefdheid en huwelijk, is voor hem een keerpunt geworden waardoor hij zich serieus ging verdiepen in het geloof.
Zo gaat het niet altijd. Vaak is een ­relatie met een ongelovige, in onze niet zo ­missionaire context, de sluitsteen van een sluipend proces van secularisatie. Daar doe je dan menselijkerwijs niet veel meer aan als iemand eenmaal volwassen is. Maar ­wanneer het geloof voor iemand veel betekent, en er staat een positieve familie omheen, zou ik de relatie met een ongelovige zeker beschouwen als een missionaire kans om iemand te laten ontdekken wie Jezus ­Christus is. De praktijk wijst uit dat dit een reële hoop is.

This Post Has 9 Comments

  1. kees zegt:

    Wat mij opvalt in dit stuk is dat telkens als een tekst wordt aangehaald uit de bijbel die een relatie met een ongelovige in de weg lijkt te staan dit als een eenzijdige tekst wordt beschouwd. 2 Korinthiers 7 vers 14-18 is toch heel duidelijk. Wat hebben gelovigen en ongelovigen gemeen? Een relatie met een ongelovige zien als een missionaire kans is m.i. ver bezijden de werkelijkheid. Ik heb opgroeiende kinderen en ik ga ik gesprek met ze. Moet dat ook doen want dat heb ik beloofd bij de doop. Ik hoop en bid dat ze een kind van de Here ontmoeten en zo geestelijk één kunnen worden. De gevaren om met een ongelovige een span te vormen zijn toch legio. Wat als ze kinderen krijgen. Welke keus krijgen die dan? We leven al in een tijd dat geloven uit de tijd is. En dan binnen één gezin. Wat een verdeeldheid moet dit geven.
    Het feit dat de man geheiligd wordt door de vrouw. Dat was de situatie toen in de tijd van Korinthe. De vrouw bekeerde zich terwijl ze al getrouwd was en dan krijg je de situatie die in de tijd van de Korintiers speelde. Toch niet te vergelijken met de situatie van twee jonge mensen die verkering krijgen. Leest u de verklaring van Korinthiers van ds. Anderson er maar op na.

    Verkering met een ongelovige: er zou geen tekst zijn om te zeggen dat dit tuchtwaardig is?? Ik dacht dat het oude maar ook het nieuwe testament hier voldoende over zeggen. Alles als eenzijdig en tijdgebonden afdoen is natuurlijk gemakkelijk. Wat doe je kinderen aan als je hier heel genuanceerd mee omgaat.
    Waarom geen duidelijke taal tegen onze kinderen. De weg volgen die Christus vraagt. Dat kan pijn doen maar zal uiteindelijk veel rust geven.

  2. Nanda, redactie Zout zegt:

    Dag Kees,
    Leuk dat je reageert op dit artikel! Ik ben het met je eens dat ‘gemengde relaties’ veel haken en ogen kennen.
    In de kerk benaderen we gemengde relaties vaak als een pastoraal probleem. De focus ligt dan vooral op de verschillen (in geloofsovertuiging) en de dingen die in de toekomst lastig zouden kunnen zijn (bijv. het doen van belijdenis, wel of geen kerkelijke huwelijksbevestiging en de geloofsopvoeding van eventuele kinderen). Die zorg is terecht!
    Wij zien echter in de praktijk dat gemengde relaties ook missionaire kansen bieden. De relatie met de gelovige partner, andere gelovigen en de geloofsgemeenschap kunnen een grote impact hebben op de niet-gelovige partner. Misschien maakt hij of zij daardoor zelfs voor het eerst kennis met de inhoud van het christelijk geloof en hoe dat uitwerkt in iemands leven en in de geloofsgemeenschap.
    Het ND heeft gisteren ook een artikel gepubliceerd over gemengde relaties. Juist als je de verhalen uit de praktijk leest, merk je dat het vaak heel genuanceerd ligt. De gelovige partner heeft bijv. vaak ook allerlei gevoelens van schuld over de relaties of stond op het moment van aangaan van de relatie geestelijk niet zo stevig in de schoenen.
    Daarmee wil ik gemengde relaties niet ‘goedpraten’ of aanmoedigen. Maar als het ‘probleem’ een gezicht krijgt, dan merk ik dat ik er vaak toch weer anders tegen aan ga kijken.

  3. Peter Wierenga zegt:

    In het artikel over een liefdesrelatie tussen een gelovige en een niet-gelovige (in het ND van 26 maart) lees ik uitspraken van mensen met een leidinggevende taak waar ik vraagtekens bij zet.

    - Nanda van Eijk (lid kernredactie magazine Zout): Christenen hameren er altijd op dat relaties belangrijk zijn voor evangelisatie, maar als het om onze jongeren gaat die verkering krijgen met een niet-gelovige, trappen we ineens op de rem.
    - André Maliepaard (jeugdwerker): Van oudsher wordt de Bijbeltekst vaak aangehaald dat je geen ongelijk span moet vormen (met een ongelovige, WS). Als je deze tekst wilt toepassen op relaties dan zou je ook geen zaken moeten doen met niet-gelovigen.

    In beide uitspraken wordt naar mijn mening het unieke karakter van een liefdesrelatie miskend waardoor deze verschilt van alle andere relaties.Elke andere relatie die ik met iemand heb, raakt een déél van mijn mens-zijn en mijn leven. Een liefdesrelatie raakt mijn héle mens-zijn en mijn totale leven. Dat laatste heeft de liefdesrelatie gemeen met de relatie met God. Dat maakt de liefdesrelatie met iemand die de relatie met God mist zo problematisch. Er is dan sprake van twee totale relaties die onderling tegenstrijdig zijn. De hoop de ander tot bekering te brengen kan daarom nooit een geldig motief zijn om zo’n relatie toch aan te gaan.

    Ik denk dat hier Paulus’ woord uit 1 Korintiërs 7:16 van toepassing is. Hij zegt daar tegen mensen die christen geworden zijn, maar van wie de man of vrouw heiden gebleven is, dat ze een door de ongelovige partner gewenste scheiding niet (kennelijk vanuit een missionair motief) hoeven tegen te houden: ’Want hoe kunt u weten vrouw, dat u uw man zult redden’ – en omgekeerd.

    ingezonden van W. Steenbergen, Zwolle in ND (geplaats door redacteur zoutmagazine.nl

  4. Peter Wierenga zegt:

    Keurig!

    Hartelijke groet
    Peter Wierenga

    —– Reply message —–
    Van: “Disqus”
    Aan:

  5. Peter Wierenga zegt:

    Uit ND van 29 maart 2012 (overgenomen zonder toestemming)

    Verliefd worden doe je zo
    van Arnoud Rop • lezer te Enschede op pagina’s nd.nl/opinie

    Verliefd zijn is fantastisch. Verliefd zijn is verschrikkelijk. De vlinders, de energie, het wachten, de slapeloze nachten. En dan word je verliefd op een niet-christen. En kun je niet meer normaal denken.

    Verliefd worden doe je zo – dat zou de titel kunnen zijn van een boekje over relaties. Of is verliefdheid iets dat ons overkomt? We kunnen het immers niet leren of sturen.
    Het probleem is: wie verliefd is, kan niet meer normaal denken.
    Ik ben geen psycholoog, maar wel een ervaringsdeskundige. Zó ervaren, dat ik ooit (zo’n vijftien jaar geleden) verkering kreeg met een meisje dat ‘half-half’ geloofde. Ik dacht: ze gelooft echt wel, maar ze weet het nog niet zo precies. En ik kan het haar vertellen. Wat een voorrecht. Door God samengebracht. Zendeling van je eigen vriendin. En wat een goede start om zo serieus bezig te zijn.
    Maar ik kon niet normaal denken. En ik wilde te graag. Zo graag zelfs, dat ik er vanuit ging dat God dat wel zou regelen. En dat Hij mij ervoor zou inzetten.
    Maar ik kon niet normaal en nuchter denken.
    En zo bleef ik verliefd. Vooral op het idee, dat er een dag zou komen dat mijn vriendin God écht leerde kennen en ook van Hem zou houden. En dan zou zij ook vast wel een aantal van die dingen nalaten die ik eigenlijk best vervelend vond.
    Ik wil niet zeggen: twee (on)geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen – sliep de duivel maar een keer. Maar wie verliefd wordt op een ongelovige, moet eerlijk zijn tegenover zichzelf. Ben je verliefd op die knappe dame of kerel zoals zij of hij is? Of ben je verliefd op een knappe dame of kerel die láter vast wel tot geloof komt?
    Beide antwoorden zijn mogelijk en niet meteen goed of fout.

    KIEZEN
    Verliefd worden kun je wel een beetje sturen.
    Ik wil niemand het genot van de liefde afpakken, maar na verloop van tijd leren we wat goed is. We kunnen kiezen niet verliefd te worden, geloof het of niet. Maar als we het al zijn, dan wordt het lastiger. We kunnen dan niet meer nuchter denken: het moet en zal gebeuren, want de wereld stort anders in. Neem van mij aan: het gaat echt over. Neem ook van mij aan: het is een verdraaid moeilijke klus.

    STRAATJE
    Misschien, zo zou ik tegen jongeren willen zeggen, trouw je een ongelovige man of vrouw. Ik geef er geen oordeel over; de Bijbel is daarover – wat mij betreft – ook niet zo duidelijk.
    Ik geloof rotsvast dat God met een ieder van ons een weg gaat. Een weg die we kunnen ontdekken.
    Maar daarvoor moeten we wel nuchter en normaal kunnen denken. Want anders is de kans groot dat we denken: God, die maan en sterren vasthoudt in hun baan, zal Hij niet ook mijn straatje eens willen gaan?

  6. Peter Wierenga zegt:

    Uit ND 31-3-2012(zonder toestemming overenomen) pg opinie

    Verkering 2 – ingezonden Theo van den Belt, Stadskanaal

    Met belangstelling las ik ‘Een ongelovige vriend – omdat verliefdheid niet te sturen is’ (ND, 26 maart). Maar aan het eind was ik wel teleurgesteld. Voor een jongen of een meisje dat lid is van een kerk die trouw wil zijn aan Schrift en belijdenis, is de weg die de Bijbel ons wijst toch duidelijk?
    Twee dingen zijn fundamenteel in een goed huwelijk. Eén: je moet van een jongen of een meisje echt kunnen houden. Twee: je moet samen de Here kunnen dienen.
    Als aan het begin van een relatie blijkt dat aan een van deze voorwaarden niet wordt voldaan, dan wijst de Here ons die weg af. Ook al gaat het nog zo tegen ons gevoel in. Leg dit in het gebed aan de Here voor: Hij zal ons wegen wijzen die naar Zijn wil zijn. Dat heeft Hij immers beloofd.

  7. Peter Wierenga zegt:

    Uit ND 31-3-2012(zonder toestemming overenomen) pg opinie

    Verkering 3 – Ingezonden Ineke Torn, Amsterdam

    Voor Israël was het verboden om zich met andere volken, hun afgoden en culturen te verontreinigen (Ezra 9 en 10). God wilde zijn volk rein houden en zette het apart om Zijn Naam te verkondigen in de wereld en om de mensen tot Hem te trekken. Dat geldt nog steeds voor Israël en ook voor de gelovigen die op de edele olijf (Israël) zijn geënt, dus voor ons, gelovigen uit de volken.
    In de discussie over de vraag of een gelovige met een ongelovige kan trouwen, is het cruciale punt of we hierin voor onszelf kiezen of voor de Here God. Een huwelijk met een ongelovige maakt geestelijke eenheid – met God en met elkaar – onmogelijk. De kinderen zijn er de dupe van: ze krijgen een verkeerd voorbeeld en groeien op in een gespleten omgeving. Dit zet zich voort in de geslachten. Het samen vrucht dragen voor Gods koninkrijk is dan niet mogelijk.
    De hele Bijbel spreekt zich uit tegen het aangaan van een juk met een ongelovige. Als je Jezus volgt, gaat je vlees er aan. Dat is wel even wennen, maar het is een heerlijke opruiming.
    Christen-zijn is meer dan opgroeien in een christelijke omgeving en meer dan lid zijn van een kerk. Christen-zijn word je door wedergeboorte, door eenheid met God, eenheid met Jezus en eenheid met de Heilige Geest. Een huwelijk met een ongelovige die Jezus niet volgt, past daar niet in.
    Als een ongelovige partner via de Alpha-cursus tot geloof komt, is dat mooi. Maar het komt er uiteindelijk op aan dat hij of zij Jezus volgt, de wereld verzaakt, de oude natuur opgeeft en in een nieuw, God toegewijd leven wandelt.

  8. Peter Wierenga zegt:

    ND 4-4-2012. Zonder toestemming overgenomen

    Verkering 4 – ingezonden Anita Oomen, Winneweer
    Een ingezonden n.a.v. het artikel over relaties met niet-gelovigen (ND 26 maart)

    Toen mijn huidige man en ik elkaar leerden kennen, was hij niet gelovig. Ik ben opgegroeid in een vrijgemaakte omgeving, dus je kunt wel nagaan dat dit de nodige problemen meebracht.

    Als achttienjarige was ik in een moeilijke situatie beland. Ik werd verliefd, het was wederzijds en het was serieus. Ik sprong er niet lichtvaardig mee om, dat zit nu eenmaal niet in mijn natuur. Ik bad veel en maakte mijn (toen nog) vriend duidelijk, dat God voor mij de belangrijkste in mijn leven was.

    Terugkijkend kan ik zeggen dat het ergste het totale gebrek aan hulp of een luisterend oor vanuit de vrijgemaakt-gereformeerde kerk was. Ik stond voor een moeilijke keuze waar ik serieus over nadacht en stond er, menselijk gesproken, alleen voor. Vrienden keerden zich van me af. Het enige wat we te horen kregen was: het mag nu eenmaal niet. Pas toen mijn vriend aangaf dat hij over het geloof wilde nadenken, konden we in gesprek gaan met de predikant.

    Door de genade van God is mijn man gelovig geworden en het is allemaal goedgekomen met ons, maar in mijn herinnering staat het gegrift als een vreselijke tijd.

    Wat me grieft, is dat er nu, vijftien jaar later, soms nog steeds zo wordt omgegaan met jonge mensen in de kerken. Jonge mensen die voor lastige (levens)keuzes staan, krijgen een dooddoener te horen en staan er alleen voor; geen inhoudelijk en begripvol gesprek is mogelijk. Het was George MacDonald die zei: Als we niet meer om jongeren geven, is ons werk in de wereld voorbij. Niemand zou er in de kerk alleen voor moeten staan, zeker de jongeren niet.

Leave A Reply






3 × een =