Blog

Spelen met walvissen – Psalm 104

Wanneer is natuur eigenlijk mooi? Wij denken dan al gauw aan bossen en bergen. Maar Psalm 104 is pakweg 3000 jaar geleden geschreven, in een heel andere wereld. In die agrarische cultuur was een mooi landschap een nuttig landschap. Het was een landschap waar je als boer wat mee kon, waarvan je je gezin te eten kon geven. Dat kom je ook in Psalm 104 tegen, kijk maar in vers 13-15: water, vruchtbaarheid, gras, brood en wijn. What a wonderful world. Een mooie wereld is een wereld die goed is voor ons, mensen.

1 Prijs de HEER, mijn ziel. HEER, mijn God, hoe groot bent u.

Met glans en glorie bent u bekleed, 2 in een mantel van licht gehuld.
U spant de hemel uit als een tentdoek3 en bouwt op de wateren uw hoge zalen,
u maakt van de wolken uw wagen en beweegt u op de vleugels van de wind,
4 u maakt van de winden uw boden, van vlammend vuur uw dienaren.
 
5 U hebt de aarde op pijlers vastgezet, tot in eeuwigheid wankelt zij niet.
6 De oerzee bedekte haar als een kleed, tot boven de bergen stonden de wateren.
7 Toen u dreigde, vluchtten zij weg,toen uw donderstem klonk, stoven zij heen:
 
8 naar hoog in de bergen, naar diep in de dalen, naar de plaatsen die u had bepaald.
9 U stelde een grens die zij niet overschrijden, nooit weer zullen zij de aarde bedekken.
 
10 U leidt het water van de bronnen door beken, tussen de bergen beweegt het zich voort.
11 Het drenkt alles wat leeft in het veld, de wilde ezels lessen er hun dorst.
12 Daarboven wonen de vogels van de hemel, uit het dichte groen klinkt hun gezang.
 
13 U bevloeit de bergen vanuit uw hoge zalen, de aarde wordt verzadigd en vruchtbaar:
14 gras laat u groeien voor het vee en gewassen die de mens moet verbouwen.
 
Zo zal hij brood winnen uit de aarde 15 en wijn die het mensenhart verheugt,
geurige olie die het gelaat doet stralen, ja, brood dat het mensenhart versterkt.
 
16 De bomen van de HEER zuigen zich vol, de ceders van de Libanon, door hemzelf geplant.
17 De vogels bouwen daar hun nesten, in hun kronen  huizen de ooievaars.
18 De hoge bergen zijn voor de steenbokken, in de kloven schuilen de klipdassen.
 
19 U hebt de maan gemaakt voor de tijden, de zon weet wanneer zij moet ondergaan.
20 Als u het duister spreidt, valt de nacht, en alles wat leeft in het woud gaat zich roeren.
21 De jonge leeuwen gaan uit op roof, brullend vragen zij God om voedsel.
 
22 Bij zonsopgang trekken zij zich terug en leggen zich neer in hun legers.
23 De mensen gaan aan het werk en arbeiden door tot de avond.
 
24 Hoe talrijk zijn uw werken, HEER. Alles hebt u met wijsheid gemaakt, vol van uw schepselen is de aarde.
25 Zie hoe wijd de zee zich uitstrekt. Daar wemelt het, zonder tal, van dieren, klein en groot.
26 Daar bewegen de schepen zich voort, daar gaat Leviatan, door u gemaakt om ermee te spelen.
 
27 En allen zien ernaar uit dat u voedsel geeft, op de juiste tijd.
28 Geeft u het, dan doen zij zich te goed, opent zich uw hand, dan worden zij verzadigd.
 
29 Verberg uw gelaat en zij bezwijken van angst, ontneem hun de adem en het is met hen gedaan, dan keren zij terug tot het stof dat zij waren.
30 Zend uw adem en zij worden geschapen, zo geeft u de aarde een nieuw gelaat.
31 De luister van de HEER moge eeuwig duren, laat de HEER zich verheugen in zijn werken.
32 Hij richt zijn oog op de aarde en zij beeft, hij raakt de bergen aan en zij stoten rook uit.
 
33 Voor de HEER wil ik zingen zolang ik leef, een lied voor mijn God zolang ik besta.
34 Moge mijn lofzang de HEER behagen, zoals ik mijn vreugde vind in hem.
35 Zondaars zullen van de aardbodem verdwijnen, onrechtvaardigen zullen niet meer bestaan.
Prijs de HEER, mijn ziel.

Voor dieren gold hetzelfde. Mooie dieren zijn nuttige dieren. Ik heb veel boeren in de familie en ik kan me niet herinneren dat zij romantisch spraken over schattige diertjes. Bambi kwam er niet in bij mijn familie. Een kat wel, maar dan moest hij in de schuur wonen en muizen vangen, anders ging-ie er subiet uit. Ik weet nog dat ik als kind erg onder de indruk was van de zeehondenjacht in Canada. Daar worden elk jaar ik weet niet hoeveel jonge zeehonden doodgemaakt voor hun vacht. En ze worden niet snel, clean doodgeschoten, want dat beschadigt de vacht. Ze worden doodgeknuppeld – enorm wreed. Ik vertelde dat aan mijn oom ‘vindt u het ook niet zielig, die zeehondjes?’ en ik weet nog wat hij zei: ‘Ach, je kunt ze toch niet voor de ploeg spannen’.
Vroeger, lang geleden, was dat nog sterker. Wij kunnen ‘s avonds het bos in om hertjes te kijken of we kunnen naar natuurfilms kijken en zien hoe mooi dolfijnen springen. Maar dat was allemaal overbodige luxe voor mensen in de wereld van deze Psalm. Ze moesten knokken voor hun bestaan. Als je dan naar hertjes gaat kijken, doe je dat langs je pijl en boog heen. Je kijkt welke dieren nuttig zijn (dat zijn dieren om op te eten of dieren die voor je kunnen werken) en welke dieren schadelijk zijn (dat zijn dieren die jou opeten of dieren die je land omploegen als jij het net hebt ingezaaid). Paarden en koeien zijn nuttig, wilde varkens en konijnen zijn schadelijk, leeuwen zijn gevaarlijk. Daar is niks moois aan.
Het is die houding, zeggen veel mensen nu, die zoveel schade heeft toegebracht aan de aarde. Vroeger kon dat nog niet zoveel kwaad, maar nu zijn we met zo velen en we willen steeds meer. Zoveel dat de aarde het niet meer aankan. Talloze mensen zoeken naar een nieuwe levensstijl, één die in contact is met de schepping. En, zeggen velen erbij, om dat te kunnen doen moeten we loskomen van religie. Het is juist het christendom geweest dat gezorgd heeft voor de uitbuiting van de natuur. De mens moet immers heersen over de schepping?

Maar kijk eens in deze Psalm: de dichter zegt spectaculaire dingen, dingen die de meeste mensen helemaal niet associëren met de Bijbel of het christelijk geloof. Hij maakt helemaal geen onderscheid tussen nuttige en schadelijke dieren. Integendeel, kijk eens naar vers 16-21. Daar worden allemaal dieren genoemd waar je als mens niets aan hebt. Ooievaars, steenbokken, klipdassen. De dichter zegt: God plant de bomen voor de ooievaars en hij geeft de ooievaars voor de bomen. Hij maakt de bergen voor de klipdassen en de klipdassen voor de bergen.
En dan gaat hij nog verder. Steenbokken en ooievaars, daar heb je niks aan, maar ze zijn ook niet lastig. Maar kijk nu eens: ‘De jonge leeuwen gaan uit op roof; brullend vragen zij God om voedsel’ (vs. 21). Dat is radicaal! Bedenk nog even: deze man leefde heel lang geleden. Toen keek je niet op Animal Planet naar schattige leeuwtjes. Nee, die leeuwtjes kwamen ‘s nachts naar jouw hutje om je vee op te vreten en als het even tegenzat jou erbij. Deze man heeft die leeuwen horen brullen, als hij ‘s nachts op bed lag.

Wij zijn mensen: laten wij God liefhebben en prijzen als mensen. En dat betekent dat we al het leven op aarde respecteren.

Hij heeft het over de Leviatan. Dat was de naam voor een monster dat leefde in de zee. De oude Israëlieten hadden niets met de zee. Dat was het domein van de dood, van de chaos. In die zee leven de engste wezens en ook de Leviatan. Het zullen wel walvissen geweest zijn, denk ik.
En wat zegt hij? God heeft de Leviatan gemaakt, ‘om ermee te spelen’ (vs. 26). Ik denk dat de mensen om hem heen af en toe net zo gek hebben gekeken naar die dichter van Psalm 104, als wij naar Steve Irwin op Animal Planet, die knuffelt met gifslangen en krokodillen. Hij maakt geen verschil tussen nuttige dieren en dieren waar je niets aan hebt. En hij maakt geen verschil tussen veilige dieren en gevaarlijke dieren.
Weet je wat het punt is? Hij neemt niet de mens als maatstaf voor wat goed en slecht is, nuttig of niet. Wij bepalen dat niet, dat is het punt. Ik weet niet of het je is opgevallen, maar de dichter heeft het sowieso niet zo vaak over de mens. Wij mensen horen ook bij Gods schepping, maar we staan naast de dieren – niet boven hen. Kijk maar hoe het er staat: de jonge leeuwen gaan op roof en de mensen gaan aan het werk (vs. 21, 23). Het werk van de mensen is belangrijk, maar dat van de leeuwen net zo goed. In de zee bewegen de schepen van de mensen zich voort, maar de walvis zwemt daar ook en de zee is net zo goed van hem (vs. 26). Veel dieren staan helemaal niet in contact met mensen, maar God zorgt ook voor hen: klipdassen, steenbokken – dieren die hoog in de bergen leven of diep in de bossen. God heeft het huis niet alleen voor mensen ingericht, maar net zo goed voor leeuwen en marmotten. Mensen worden alleen maar terloops genoemd; zij staan gewoon in de rij van alle andere schepselen.

Heel veel verhalen over natuurbescherming zijn mensgericht. Onze soort moet voortbestaan en daarom moeten we het klimaat beschermen. We moeten de aarde goed achterlaten voor onze kinderen. Maar daarmee gebruik je precies dezelfde egoïstische argumenten die gezorgd hebben voor de problemen waarmee we zitten! We moeten dieren niet beschermen omdat ze nuttig voor ons zijn, of omdat ze zoveel op ons lijken (chimpansees en gorilla’s). Als ik deze Psalm goed begrijp, moeten we de aarde en al het leven beschermen omdat het gewoon waardevol is in zichzelf – omdat het goed is dat er haringen, gorilla’s en muizen zijn. Niet goed voor ons misschien, maar gewoon ‘goed’. Punt. Het is de wereld van God. ‘Hoe talrijk zijn uw werken, Heer. Alles hebt u met wijsheid gemaakt, vol van uw schepselen is de aarde’ (vs. 24). Waarom zijn dieren waardevol? Psalm 104 zegt het: God heeft ze gemaakt en zorgt voor hen, hij speelt met hen, hij geniet van hen. Alles wat ademt, looft de Heer, zegt een andere Psalm. Gewoon door zichzelf te zijn, prijzen de dieren God. Dat hoeven wij niet voor hen te doen. Onze taak is het om mens te zijn en op die manier God te prijzen. ‘De luister van de Heer moge eeuwig duren. Laat de Heer zich verheugen in zijn werken’ (vs. 31).

In Genesis 1 lees je dat God zegt dat zijn schepping ‘goed’ is. Daarmee bedoelt Hij duidelijk niet dat er geen verscheurende dieren voorkomen en dat er niets dood gaat. Kijk maar in deze Psalm. ‘Goed’ betekent dat alles en iedereen functioneert naar zijn aard, gewoon door te zijn zoals je bedoeld bent. Of je nu een leeuw bent, een marmot of een mens. Ik denk dat dit, als we het goed doorkrijgen, een geweldige inspiratie is om zuinig om te gaan met de aarde, om te matigen met vlees, om eerlijk in te kopen, om sober te leven. Als de Bijbel zegt dat wij mensen ons hoogste doel bereiken door God lief te hebben, dan kan het niet anders dan dat we ook liefhebben wat Hij liefheeft. Hoe kunnen we zeggen dat we van hem houden als we zijn schepping vernietigen? Deze Psalm daagt ons uit om onze plek in te nemen onder alle schepselen van God. Wij zijn mensen: laten wij God liefhebben en prijzen als mensen. En dat betekent dat we al het leven op aarde respecteren.

tekst: Stefan Paas / illustraties: ZinOntwerpers

This Post Has 0 Comments

Leave A Reply






6 × = dertig