// je leest...

De Praktijk

Gewóón doen: gewoon dóen!

Vinden wij de zondagse buurtbarbecue net zo belangrijk of belangrijker dan de kerkdienst? Richten wij onze aandacht alleen op kerkmensen of ook op mensen buiten de kerk? Gerichtheid op mensen buiten ons vertrouwde kerkelijke wereldje vraagt om een omslag in onze agenda, maar vooral in ons denken. Natuurlijk kan ik besluiten op zondagmiddag naar de kerk te gaan omdat ik dat van meer werfkracht vind getuigen. Maar besef ik wat het voor mijn nieuwe netwerk buiten de kerk zou betekenen als ik zou zeggen: een kerkdienst is voor mij zó belangrijk dat ik die nooit zou verzuimen, maar voor de buurtbarbecue maak ik een uitzondering!

Onlangs had ik een exitgesprek met een gemeentelid, ze had het helemaal gehad met het christelijk geloof. Na haar vertrek uit de kerk had ze, vertelde ze me, voor het eerst van haar leven contact gelegd met mensen zonder kerkelijke achtergrond. Daarvóór was ze altijd opgeslokt door kerkelijke activiteiten, hoe kritisch ze altijd ook was.
We zitten als kerkleden vaak vast in ons kerkelijk functioneren. Heb ik contact met mensen in mijn eigen omgeving? Ben ik al eens het middel geweest waardoor iemand tot geloof in God is gekomen? Wie maken deel uit van mijn netwerk? Hoe breng ik mijn geloof ter sprake? Heb ik het evangelie gedeeld met mijn buren?

Opgesloten in de kerk
Zo’n veertig jaar geleden richtten kerkgemeenschappen zich ‘naar binnen’, en dat werd ook principieel onderbouwd. Deze principes zijn afgezwakt, maar toch steken kerkleden vaak al hun tijd in contact met elkaar. Gemeenteleden ontmoeten elkaar in de kerk, op school, tijdens de kring en soms zelfs tijdens het sporten. In deze situatie is het vaak niet gewoon het geloof te delen met buitenstaanders.
Ook predikanten, zoals ik, zijn overwegend werkzaam binnen de kerkgemeenschap en vooral beschikbaar voor gemeenteleden. Wij bewegen ons overwegend langs de lijnen van pastorie naar school en pastorie naar kerk. Dat wordt ook van ons verwacht.

Lastig wordt het als we ons moeten gaan richten op ‘de wereld’. Dat geldt ook voor ouderlingen, diakenen en gemeenteleden. We zijn overwegend bezig en gericht op de kerkgemeenschap. We zitten vaak opgesloten in onze eigen kerkgemeenschap.
Toch verlangen we er ook naar op geestelijk vlak iets te betekenen voor mensen die niet in de God van de Bijbel geloven. We willen graag het evangelie delen, het geloof zou zoveel voor anderen kunnen betekenen. Maar we voelen ons machteloos.
Hoe kunnen gemeenteleden zich op de wereld gaan richten? Volgens mij hoeven ze alleen maar gewóón te doen. Mens zijn onder de mensen. Investeren in relaties, in de buurt en op het werk.

Kijken door de ogen van Christus
Buren zijn soms lastig, hangjongeren of ouderen bedreigend of kwetsend. Maar ook binnen de kerkgemeenschap maken leden elkaar het leven soms zuur. Er is, wat dat betreft, vaak geen verschil tussen kerk en wereld. Daarom komen de christelijke waarden en normen overal van pas, in de kerk, in de buurt en op ons werk.
Laten we proberen naar iedereen te kijken door de ogen van Christus, een warm gevoel te krijgen als we kijken naar gemeenteleden en mensen buiten de kerk. Christus werd met ontferming bewogen als hij anderen zag.

Mijn vrouw en ik hebben in Maastricht negen jaar lang het beheer gehad over het parochiehuis waar wij als kerk maar ook andere organisaties hun activiteiten organiseerden. Het leverde ons enorm goede contacten op met de Katholieke kerk en het dorpse stadsdeel van Maastricht, waar het parochiehuis staat.

Maar er werd soms geklaagd over geluidsoverlast, er werden fietsen gestolen en ruiten van het parochiehuis ingegooid. Het gevoel dat dan bij mij opkomt is er een van afkeuring en afwijzing. Wanneer ik dat gevoel had, werd ik me tegelijk bewust dat de liefde van Christus voor mensen in mij sterker moest zijn dan dat gevoel. Dus namen we de klachten van buurtbewoners serieus, spraken de mensen aan die overlast veroorzaakten, zetten ons in voor de buurt.
We werden uitgenodigd voor gesprekken over het geloof en konden ondanks de verschillen tussen protestant en katholiek stilstaan bij wat ons samenbindt. Dat leverde meer begrip op voor elkaar. Zo konden we samen met de Katholieke kerk activiteiten ondernemen en elkaars activiteiten faciliteren. We konden in Maastricht dingen doen waarvan we eerst alleen konden dromen, ontstaan uit de gemeenschappelijke liefde van Christus. We mochten leren om anderen – wie ze ook zijn en hoe ze ons ook hebben behandeld – uitnemender te achten dan onszelf.

Anderen proberen te zien door de ogen van Christus: onze kerkgemeenschap is een goede leerschool voor dit principe en het is toe te passen op alle terreinen van het leven.

Meebewegen met anderen
In de samenleving kunnen gemeenteleden zich dus net zo gedragen als in de kerk. Ze kunnen gewoon zichzelf zijn. Maar we moeten het ook wel gewoon dóen. Contact zoeken met onze buren, laten zien dat we hen belangrijk vinden. Soms moeten we onze eigen waarden en normen even tussen haakjes zetten om de ander beter te leren kennen. Dat wil niet zeggen dat je je waarden en normen inlevert, maar dat je de ander in je leven toelaat zonder diens waarden en normen te veroordelen. Noem dit een voorbeeld van jezelf verloochenen. Je zet je eigen waarden en normen even niet op de eerste plaats. Daardoor wordt het verschil in waarden en normen vanzelf duidelijk en kan niemand er meer omheen. Investeren in mensen buiten de kerk werkt op dezelfde manier als investeren in contacten met broeders en zusters. Als we ons leven delen komt er vanzelf een moment waarop het evangelie ter sprake komt.

Ik noem deze aanpak altijd: meebewegen met de ander. Willen zijn waar de ander is. Mens-zijn onder de mensen. Pas als we ín de wereld zijn kunnen anderen zien wie we zijn in Christus. Daarover willen mensen méér weten, ze vragen ernaar. De tegenstelling tussen geloof en ongeloof – vroeger noemde men dat de antithese – openbaart zich niet als gelovigen zich terugtrekken achter hun veilige kerkmuren. Geloof wordt pas zichtbaar als gemeenteleden meebewegen met mensen die (nog) niet geloven.

TV aan tijdens gezellig etentje?
Een christelijk echtpaar is verhuisd en heeft goed contact met de nieuwe buren. Ze nodigen hun uit voor een etentje, maar dat aanbod nemen de buren niet aan. Ze waren het niet gewend te worden uitgenodigd om te eten, ‘het kwam te dichtbij’, verklaarden ze.

Later kwam het toch tot een eetafspraak. Toen de maaltijd wat uitliep, vroegen de gasten of de tv aan mocht zodat ze hun favoriete programma konden bekijken. Het programma was niet echt een uitzending die het gastgezin zou willen bekijken, maar uit respect voor hun buren bekeken ze het samen met hun gasten. Ze hebben op dat moment hun waarden en normen tussen haakjes gezet.

Naar aanleiding van de uitzending kwam het gesprek – als vanzelf – op het geloof. Toen werd ook duidelijk volgens welke waarden en normen het gastgezin leefde. Pas laat in de avond gingen de gasten huiswaarts. Ze hadden gedacht even bij hun buren te gaan eten, maar ze hadden niet verwacht dat het zo gezellig zou zijn!

Renovatie
Eén van de meest inspirerende voorbeelden hoe een kerk kan veranderen in een naar buiten gerichte gemeente is de kerk St Andrews in Chorleywood, ten westen van London. Mark Stibbe werd daar in 1995 predikant. Ondanks alle inspanning was er na acht jaar nagenoeg geen groei. Maar God leidde deze kerk naar een heel nieuwe manier van kerk zijn.
Toen hun kerkgebouw vanwege een ingrijpende renovatie niet beschikbaar was besloot men geen andere grote ruimte te huren, maar op zondag in verschillende middelgrote gemeenschappen (maximaal 50 mensen) bij elkaar te komen. Iedere groep was ‘missionair’ en koos een eigen doelgroep.

Het bracht veel creativiteit op gang. De kerk verspreidde zich door het hele stadje. In 1½ jaar tijd groeide de kerk van 600 naar 1600 leden. Ze hebben in Chorleywood ontdekt hoe de kerk effectiever kan worden – kleine groepen met een specifieke missionaire focus als eerste prioriteit (‘Mission Shaped Communities’). Mark Stibbe schreef hierover het boek ‘Breakout’.

Meer informatie over de ideeën van Stibbe lees je in de verslagen van Paul Abspoel over een landelijke dag die ging over mission-shaped communities (zie daarvoor ook het genoemde Engelse basisboek):

•  http://vrijspraak.files.wordpress.com/2011/01/mark-stibbe-mission-shaped-communities.pdf
•  http://vrijspraak.files.wordpress.com/2011/01/tweede-deel-presentatie-mark-stibbe-ezechic3abl-47.pdf
•  http://vrijspraak.files.wordpress.com/2011/01/survival-not-revival1.pdf

 

Discussie

3 reacties voor “Gewóón doen: gewoon dóen!”

  • T. Meijer-Veenstra

    Ik stoor me eraan, dat ik steeds te horen krijg, dat onze aandacht alleen naar binnen gericht is in de kerk.We gingen altijd al naar de gym, winkel, voetbal, buurtbarbecue, bij buurvrouw koffiedrinken etc. En dat deden en doen de meeste kerkgangers al eeuwen. Waar volgens mij de fout gemaakt wordt is:”Dat nu al jaren alleen maar geschreven wordt over wat er allemaal niet deugd aan de kerk en kerkmensen.” Dit wordt steeds in kranten en ook in uw blad breed uit de doeklen gedaan. Waarom zou je uberhaupt nog naar een kerk toegaan. Er deugt toch niks van de kerk. Dus nwie zou je er eigenlijk nog mee naar toenemen, laat staan, dat je er zelf nog naar toe zou gaan. Ga eens eindelijk vanaf nu positief over de kerk schrijven en maak positieve reclame i.p.v. elke keer maar weer breed uitmeten wat er wel allemaal niet deugt aan de kerk en de kerkmensen.

  • Egbert van de Haar.

    Ik ben het volledig eens met wat T Meijer – Veenstra schrijft. Het steeds maar zeggen dat de gemeenteleden teveel naar binnen gericht zijn kan schade toebrengen aan de kerk. Natuurlijk moet een gemeente naar binnen gericht zijn. Daar is niks mis mee. Maar evenzeer moet een gemeente ook naar buiten gericht zijn. Het moet gewoon allebei. Van groot belang is echter dat kerkleden zich niet voor het evangelie schamen als ze in een niet christelijke omgeving bevinden. Kerk zijn houd veel meer in dan dat de meeste kerkleden zich kunnen indenken. Het zou eens goed zijn daar eens wat meer aandacht aan te schenken. Wij zijn veel rijker dan dat we ons vaak beseffen. Op de site van de Magnificatkerk in Tiel staat een heel mooi artikel over wat er allemaal gebeurd in een kerkdienst. Natuurlijk zijn er dingen in de kerk waarover wij ons zorgen moeten maken. Maar er is dan nog altijd de kerkelijke weg naar de kerkeraad. Ga een gesprek aan met de Raad en eventueel een predikant. Zelf heb ik ook mijn zorgen, maar via de kerkelijke weg komen we er dan meestal wel uit. Er zijn de laatste jaren nogal wat veranderingen geweest in de kerk. Voor heel veel mensen is dat allemaal veel te snel gegaan. Met deze groep is veel te weinig rekening gehouden. Mede daardoor is er een bepaalde ontevredenheid ontstaan. Predikanten bepalen teveel zelf hoe een eredienst er uit gaat zien. Dat werkt niet goed. Het wordt hoog tijd dat daar een strakkere lijn in komt.

  • peterwierenga

    Sake Stoppels schrijft in ‘Voor de verandering’ over de het boven, het buiten en het binnen van de kerk. Zeer zinvol lijkt me in zijn denken het volgende:
    We krijgen de opdracht / gebod God lief te hebben boven alles en onze medemensen als ons zelf.
    - Ons ene richtpunt is dus de liefde voor en de dienst aan God
    - Ons andere richtpunt is ook de liefde voor en de dienst aan de medemens
    Die beide richtpunten sámen bepalen het wezen van de kerk: Voor God en voor Gods werk.
    - Deze beide richtpunten (God zelf en Gods missie) worden aangevuld met het 3e richtpunt: liefde voor en dienen Gods mensen. Dat alles tesamen vormt vervolgens ‘onze redelijke eredienst’. Een liturgie van en voor het dagelijkse leven, elke dag van de week.