Blog

Zonder glazen plafonds

Onlangs zag ik op TV een aflevering van Undercover Boss. Ik vind het fascinerend om te zien hoe een directeur van een groot bedrijf daarin ­verschillende afdelingen van z’n bedrijf bezoekt onder het mom van ­nieuwe werknemer. Deze directeur ontdekte een paar ­opmerkelijke ­dingen. Ten eerste dat z’n personeel keihard werkte, maar met ­beperkte middelen. Zo deed de keuken van een luxe restaurant het ­zonder ­vaatwasser. Het tweede wat hij ontdekte raakte hem nog dieper: het ­personeel werkte zo hard en bleef trouw niet om het bedrijf, maar om de uitstraling en persoon van hun direct leidinggevende. ‘Geen van ­allen noemen ze de naam van mijn bedrijf, ze gaan puur voor de persoon waarvoor ze werken.’
Tools?
Dit voorval heeft enige parallellen met de situatie in veel kerken als het gaat om de vraag: ‘hoe zijn we een gastkerk?’ Mensen die ik spreek en die gemotiveerd zijn om zich hiervoor in te zetten, vertellen vaak dat ze de tools missen om stappen te zetten, of ook gewoon de ruimte en stimulans om meer missionair te zijn. Maar wat is er nodig om een kerk te zijn die open staat voor z’n omgeving?
Nu is de verleiding groot om in te zoomen op ‘tools’: op cursussen en methodes of op de predikant en zijn manier van (s)preken. Toch geloof ik niet dat hier direct de oplossing ligt. In de afgelopen jaren is bijvoorbeeld de Alpha-cursus breed ingevoerd. Met veel enthousiaste reacties. Wie hier ervaring mee heeft kan meepraten over de levendige sfeer en de avonden waarop er werkelijk iets gebeurt. Toch is na zoveel jaren ‘Alpha’ de klacht dat er een glazen ­plafond lijkt te zijn waar we in veel kerken niet doorheen komen. Alpha blijft een eilandje, soms haast een ‘kerkje in de kerk’. Deelnemers van buiten de kerk die deel­nemen aan de cursus behouden hun drempel naar de kerkdiensten en huis­groepen. Wat gaat er dan mis?
Ik ben ervan overtuigd dat er behoefte is aan toerusting en dat kerken soms wel erg beperkt de ruimte hebben om stappen naar buiten te zetten. Maar de oplossing begint dichter bij huis dan je zou denken. Het heeft alles te maken met je startpunt en bereidheid om daar dan ook werkelijk bij te beginnen. Het is volgens mij meer die tweede ontdekking van de directeur die undercover ging: het gaat om de persoon van de mensen zelf waardoor mensen gedreven en geraakt worden. Dat geldt zelfs voor een goede preek. De impact hiervan is voor een groot gedeelte de persoonlijke uitstraling van de spreker. Z’n authenticiteit, z’n eerlijkheid en diepere gedrevenheid. En als die niet te proeven is voor de bezoeker van buiten haakt hij of zij af.
Eerst wie, dan wat
Als je dat toespitst op de vraag ‘hoe ben je een gastkerk?’, dan wil dit zeggen dat er eerst een andere vraag komt voordat je het gaat hebben over de ‘tools’: de vormgeving van de dienst, de manier waarop je gasten uitnodigt of aanspreekt, enz. Laat ik die voorliggende vraag zo formuleren: wie wil je zijn voor die ander? Wie ben jij dus in de eerste plaats zelf?
Wordt dat niet heel oppervlakkig of te menselijk? Ik denk het niet. Want de vraag die hier weer direct mee verbonden is, is deze: wie is Jezus Christus voor jou? Wie is God? Wie is zijn Geest? En dan bedoel ik dit: nergens in de wereld vind je een verhaal zoals dat van Jezus. Zo intens persoonlijk en diep verbonden van hart tot hart. Zowel naar God als naar mensen. God is een persoonlijke God en de weg van Jezus is een weg die op twee benen midden door ons leven gaat. Het woord is mens geworden (Johannes 1:14). Dat God zo zijn gezicht laat zien en ons in de ogen kijkt heeft niets met sentimentaliteit of slappe feel good praat te maken. Gods omhelzing is het diepste wat een mens ooit is overkomen en dat is het moment dat we zelf in staat gesteld worden hetzelfde te doen.
Op de een of andere manier vinden we het met elkaar moeilijk om gastvrij te zijn als kerk. Om naar buiten te treden. Om missionair zijn niet aan een paar mensen over te laten maar het samen te zijn. Als ik kijk waar de belemmeringen zitten, heeft dat alles te maken met het verstrikt raken in allerlei discussies over dingen. De ‘wat-vraag’ is nogal eens de ingang, aan het ‘wie’ kom je niet meer toe. Maar  daar ligt toch de start en ook een geweldige uitdaging: wie wil je nou zijn?
Ontspannend
Wat ik hier vertel  is niet zomaar een leuke gedachte. Volgens mij werkt het écht en kun je elk moment instappen zonder drempel. Omdat je start bij wie God is voor jou en wie jij dus mag zijn. Tegelijk heeft dit vergaande gevolgen die niet echt rekening zullen houden met glazen plafonds.
Om het concreet te maken eerst dit: hier ligt een immense ontspanning. Zelf ben ik vele malen opener geworden naar niet-kerkelijken, zoekers en sceptici sinds ik besloten had de ander niet meer te hoeven bekeren. Het idee dat je van alles ‘moet’ voordat je goed missionair bent werkt niet. Laat de kerk alsjeblieft een plek zijn waar je zelf allereerst met je ziel tot rust komt. Een huis voor je ziel, een plek van warmte en ontmoeting. Een plek waar je zelf terecht kunt met je vragen en onzekerheden. Juist dat maakt de kerk vele malen aantrekkelijker dan wanneer het een club mensen is die het precies weet en het draaiboek klaar heeft liggen voor de gasten.
Wat de ander wil proeven is die openheid, die aansluiting. Als jij zelf vragen kwijt kunt en toch ook rust vindt, wel, misschien kan hij of zij dat dan ook wel. Train jezelf of anderen dan ook niet in het bespringen van gasten met antwoorden, maar laat die ander er vooral gewoon mogen zijn. Met vragen. Met kritiek. Met onwennigheid. En ook met ongeloof en dat hardop kunnen zeggen. Schiet niet in de verdediging, ga luisteren: er gaat een wereld open. Het is algemeen bekend dat de volgorde is:  belonging – believing – behaving. Wat gasten nogal eens voelen is dat ze zich eerst moeten gedragen voor ze geaccepteerd worden. Maar laat ze er zijn, zoals ze zijn. Een ontmoeting van mens tot mens na een kerkdienst waar het evangelie klonk dat juist op die manier ons uitnodigt: kom zoals je bent.
‘Ik ben’ kerken
Wat heb je hier voor nodig? Als ik eerlijk ben: veel durven loslaten om dat ene vast te pakken. En dat ene is dan: Ik ben. De naam van God zoals hij die uitsprak tegen Mozes. De naam die Jezus later overnam.  Als dat ons raakt, resoneert en ons ergens begint te vervullen dan kunnen andere dingen niet anders dan ondergeschikt worden aan dat ene. Dat kan betekenen dat je vormen leert loslaten. Zonder dat ze fout zijn. Maar gewoon omdat de ‘Ik ben’ niet meer centraal staat voor mensen die binnenkomen. Bedenk eens: wat ziet en hoort die ander? Wat is de boodschap van al die liturgische vormen en kerktaal die we spreken met elkaar? Luister eens met andere oren en kijk eens met de ogen van de buitenstaander. Die buitenstaander heeft meestal niet zo’n hoge dunk van de kerk. Helaas hebben we als kerken geen geweldige naam als het gaat om openheid en eigentijdse bijdragen. Als we dat willen veranderen moeten we terug naar de kern. Weer een plek worden waar hedendaagse mensen terecht kunnen met hun leven, hun diepere verlangens en hun ziel. Omdat ze daar in ieder geval andere mensen ontmoeten. Mensen die iemand durven te zijn. Omdat ze zelf zich durven te laten raken door de ‘Ik ben’. Ik geloof dat Nederland behoefte heeft aan veel meer ‘Ik ben’ kerken. Zonder glazen plafonds.

iStock_000000807496-250Onlangs zag ik op TV een aflevering van Undercover Boss. Ik vind het fascinerend om te zien hoe een directeur van een groot bedrijf daarin ­verschillende afdelingen van z’n bedrijf bezoekt onder het mom van ­nieuwe werknemer. Deze directeur ontdekte een paar ­opmerkelijke ­dingen. Ten eerste dat z’n personeel keihard werkte, maar met ­beperkte middelen. Zo deed de keuken van een luxe restaurant het ­zonder ­vaatwasser. Het tweede wat hij ontdekte raakte hem nog dieper: het ­personeel werkte zo hard en bleef trouw niet om het bedrijf, maar om de uitstraling en persoon van hun direct leidinggevende. ‘Geen van ­allen noemen ze de naam van mijn bedrijf, ze gaan puur voor de persoon waarvoor ze werken.’

Tools?

Dit voorval heeft enige parallellen met de situatie in veel kerken als het gaat om de vraag: ‘hoe zijn we een gastkerk?’ Mensen die ik spreek en die gemotiveerd zijn om zich hiervoor in te zetten, vertellen vaak dat ze de tools missen om stappen te zetten, of ook gewoon de ruimte en stimulans om meer missionair te zijn. Maar wat is er nodig om een kerk te zijn die open staat voor z’n omgeving?

Nu is de verleiding groot om in te zoomen op ‘tools’: op cursussen en methodes of op de predikant en zijn manier van (s)preken. Toch geloof ik niet dat hier direct de oplossing ligt. In de afgelopen jaren is bijvoorbeeld de Alpha-cursus breed ingevoerd. Met veel enthousiaste reacties. Wie hier ervaring mee heeft kan meepraten over de levendige sfeer en de avonden waarop er werkelijk iets gebeurt. Toch is na zoveel jaren ‘Alpha’ de klacht dat er een glazen ­plafond lijkt te zijn waar we in veel kerken niet doorheen komen. Alpha blijft een eilandje, soms haast een ‘kerkje in de kerk’. Deelnemers van buiten de kerk die deel­nemen aan de cursus behouden hun drempel naar de kerkdiensten en huis­groepen. Wat gaat er dan mis?

Ik ben ervan overtuigd dat er behoefte is aan toerusting en dat kerken soms wel erg beperkt de ruimte hebben om stappen naar buiten te zetten. Maar de oplossing begint dichter bij huis dan je zou denken. Het heeft alles te maken met je startpunt en bereidheid om daar dan ook werkelijk bij te beginnen. Het is volgens mij meer die tweede ontdekking van de directeur die undercover ging: het gaat om de persoon van de mensen zelf waardoor mensen gedreven en geraakt worden. Dat geldt zelfs voor een goede preek. De impact hiervan is voor een groot gedeelte de persoonlijke uitstraling van de spreker. Z’n authenticiteit, z’n eerlijkheid en diepere gedrevenheid. En als die niet te proeven is voor de bezoeker van buiten haakt hij of zij af.

Eerst wie, dan wat

Als je dat toespitst op de vraag ‘hoe ben je een gastkerk?’, dan wil dit zeggen dat er eerst een andere vraag komt voordat je het gaat hebben over de ‘tools’: de vormgeving van de dienst, de manier waarop je gasten uitnodigt of aanspreekt, enz. Laat ik die voorliggende vraag zo formuleren: wie wil je zijn voor die ander? Wie ben jij dus in de eerste plaats zelf?

Wordt dat niet heel oppervlakkig of te menselijk? Ik denk het niet. Want de vraag die hier weer direct mee verbonden is, is deze: wie is Jezus Christus voor jou? Wie is God? Wie is zijn Geest? En dan bedoel ik dit: nergens in de wereld vind je een verhaal zoals dat van Jezus. Zo intens persoonlijk en diep verbonden van hart tot hart. Zowel naar God als naar mensen. God is een persoonlijke God en de weg van Jezus is een weg die op twee benen midden door ons leven gaat. Het woord is mens geworden (Johannes 1:14). Dat God zo zijn gezicht laat zien en ons in de ogen kijkt heeft niets met sentimentaliteit of slappe feel good praat te maken. Gods omhelzing is het diepste wat een mens ooit is overkomen en dat is het moment dat we zelf in staat gesteld worden hetzelfde te doen.

Op de een of andere manier vinden we het met elkaar moeilijk om gastvrij te zijn als kerk. Om naar buiten te treden. Om missionair zijn niet aan een paar mensen over te laten maar het samen te zijn. Als ik kijk waar de belemmeringen zitten, heeft dat alles te maken met het verstrikt raken in allerlei discussies over dingen. De ‘wat-vraag’ is nogal eens de ingang, aan het ‘wie’ kom je niet meer toe. Maar  daar ligt toch de start en ook een geweldige uitdaging: wie wil je nou zijn?

Ontspannend

Wat ik hier vertel  is niet zomaar een leuke gedachte. Volgens mij werkt het écht en kun je elk moment instappen zonder drempel. Omdat je start bij wie God is voor jou en wie jij dus mag zijn. Tegelijk heeft dit vergaande gevolgen die niet echt rekening zullen houden met glazen plafonds.

Om het concreet te maken eerst dit: hier ligt een immense ontspanning. Zelf ben ik vele malen opener geworden naar niet-kerkelijken, zoekers en sceptici sinds ik besloten had de ander niet meer te hoeven bekeren. Het idee dat je van alles ‘moet’ voordat je goed missionair bent werkt niet. Laat de kerk alsjeblieft een plek zijn waar je zelf allereerst met je ziel tot rust komt. Een huis voor je ziel, een plek van warmte en ontmoeting. Een plek waar je zelf terecht kunt met je vragen en onzekerheden. Juist dat maakt de kerk vele malen aantrekkelijker dan wanneer het een club mensen is die het precies weet en het draaiboek klaar heeft liggen voor de gasten.

Wat de ander wil proeven is die openheid, die aansluiting. Als jij zelf vragen kwijt kunt en toch ook rust vindt, wel, misschien kan hij of zij dat dan ook wel. Train jezelf of anderen dan ook niet in het bespringen van gasten met antwoorden, maar laat die ander er vooral gewoon mogen zijn. Met vragen. Met kritiek. Met onwennigheid. En ook met ongeloof en dat hardop kunnen zeggen. Schiet niet in de verdediging, ga luisteren: er gaat een wereld open. Het is algemeen bekend dat de volgorde is:  belonging – believing – behaving. Wat gasten nogal eens voelen is dat ze zich eerst moeten gedragen voor ze geaccepteerd worden. Maar laat ze er zijn, zoals ze zijn. Een ontmoeting van mens tot mens na een kerkdienst waar het evangelie klonk dat juist op die manier ons uitnodigt: kom zoals je bent.

‘Ik ben’ kerken

Wat heb je hier voor nodig? Als ik eerlijk ben: veel durven loslaten om dat ene vast te pakken. En dat ene is dan: Ik ben. De naam van God zoals hij die uitsprak tegen Mozes. De naam die Jezus later overnam.  Als dat ons raakt, resoneert en ons ergens begint te vervullen dan kunnen andere dingen niet anders dan ondergeschikt worden aan dat ene. Dat kan betekenen dat je vormen leert loslaten. Zonder dat ze fout zijn. Maar gewoon omdat de ‘Ik ben’ niet meer centraal staat voor mensen die binnenkomen. Bedenk eens: wat ziet en hoort die ander? Wat is de boodschap van al die liturgische vormen en kerktaal die we spreken met elkaar? Luister eens met andere oren en kijk eens met de ogen van de buitenstaander. Die buitenstaander heeft meestal niet zo’n hoge dunk van de kerk. Helaas hebben we als kerken geen geweldige naam als het gaat om openheid en eigentijdse bijdragen. Als we dat willen veranderen moeten we terug naar de kern. Weer een plek worden waar hedendaagse mensen terecht kunnen met hun leven, hun diepere verlangens en hun ziel. Omdat ze daar in ieder geval andere mensen ontmoeten. Mensen die iemand durven te zijn. Omdat ze zelf zich durven te laten raken door de ‘Ik ben’. Ik geloof dat Nederland behoefte heeft aan veel meer ‘Ik ben’ kerken. Zonder glazen plafonds.

This Post Has 0 Comments

Leave A Reply






+ vijf = 6