Blog

Ik geloof: Veronica

Wat geloven mensen eigenlijk en hoe doen ze dat? In gesprek over bezieling in het dagelijkse leven.

Ik kijk uit het raam van Dwaze Zaken, dichtbij het centraal station van Amsterdam. Mensen haasten voorbij op de fiets, toeristen poseren voor de grachten terwijl er een foto wordt gemaakt. Vandaag zal Veronica Miclea mij gaan vertellen hoe ze vorm geeft aan haar geloof. Ze komt zoekend binnenlopen, totdat ze mij in de hoek ontdekt.

Veronica werkt op Schiphol waar ze voor bedrijven vrachtverkeer organiseert. Ze praat met een licht accent: ze is opgegroeid in Roemenië. Veronica is enthousiast over haar werk: de afwisseling en het onderhouden van relaties met klanten boeien haar. Op de vraag wat geloof voor haar betekent, antwoordt ze: ‘Het is meer dan een ritueel of een geloof. Het is een relatie. Als ik een ander zou horen zeggen ”Ik geloof”, dan denk ik: die heeft ergens een relatie mee. Dat gaat verder dan een gevoel. Een gevoel is menselijk, en zo simpel is het niet. Waarom ik daarvan overtuigd ben kan ik alleen vanuit mijn eigen perspectief vertellen. Want iedereen heeft weer een andere geloofsrelatie.’ Veronica is in een christelijk gezin opgegroeid en werd als klein kind meegenomen naar de kerk. ‘Ik ben iemand die houdt van leren, dus ik stelde allerlei vragen over de verhalen die werden verteld. Hoe kon het bijvoorbeeld dat de verhalen in de Bijbel geen fantasie waren?’

Na verloop van tijd verloor het naar de kerk gaan z’n verplichte karakter. Het werd Veronica’s eigen keus, en daarmee meer een relatie. ‘Je wordt dan afhankelijk. Als kind merkte ik dat er een gevoel van rust kwam tijdens het zingen in de kerk; het maakt niet uit wat er om mij heen gebeurt, want hier heb ik mijn rust. Op een zware dag krijg ik energie uit een lied of een tekst en dan merk ik dat het echt werkt.’

Veronica beschrijft dat ze in haar werk geneigd is om mensen op hun woord te geloven, misschien wel wat naïef. Toch wordt er in de businesswereld behoorlijk gelogen. Veronica kiest ervoor om er vanuit te gaan dat mensen de waarheid spreken, ook al is ze slim genoeg om te merken wanneer dat niet gebeurt. Ze geeft klanten liever desondanks vertrouwen, omdat ze de relatie met hen belangrijk vindt. Klanten komen niet alleen voor de goede deal, maar ook om het contact dat ze met Veronica hebben.

‘De invloed van je relatie met God op je leven wordt steeds groter naarmate je ouder wordt. Het is net als een huwelijk: of je bent getrouwd, of niet. Je kunt niet twee dagen in de week getrouwd zijn. Het komt uit je hart, je kunt het niet alleen met je ratio doen. Je hoeft niet per se anders te zijn, maar ik bén gewoon anders. Op mijn werk wil ik niet schreeuwen of schelden als het tegenzit. Als je dat doet maak je iemand anders weer boos en diegene irriteert weer een ander, zo wordt het een cirkel. Ik werd een tijd dwarsgezeten door een collega en ik koos ervoor om vriendelijk tegen hem te blijven. Op een gegeven moment zei hij: “Ik begrijp niet dat je dit volhoudt, want ik doe dit expres. Waarom ga je hier niet weg?” Later hadden we een teamuitje waarop hij zei zich verschrikkelijk te voelen, omdat hij me zo slecht had behandeld terwijl ik hem hielp bij zijn werk, koffie haalde, etc. Ik zei dat als hij goed zou kijken, hij zou zien dat ik dat niet alleen voor hem deed. Hij zei: “Als je nou één keer ook ‘es vloekt op het werk, dan houd ik op met jou dwars te zitten. Waarom is het zo belangrijk voor je? God bestaat toch helemaal niet.” Wat me opvalt in gesprekken met dertigers over deze vraag, is dat iedereen een besef van geloof heeft. Je hoort dan dat ze geloven in ‘iets’ van boven, maar ze ervaren dat zelf niet. Of ze vragen waarom God nare dingen toelaat.’ Veronica merkt dat mensen die gelukkig zijn, weinig interesse in God hebben. Juist mensen die een probleem hebben, staan er voor open. Veronica vraagt soms of ze mensen over haar geloof mag vertellen, dat levert positieve en negatieve reacties op.

Als ik naar Veronica luister heb ik een dubbel gevoel, het klinkt aantrekkelijk simpel en tegelijk ook bijna te simpel. Ze probeert bewust – met vallen en opstaan – het gezicht van een liefdevolle God te laten zien. Maar zo goed is toch geen mens? In de trein terug naar huis schiet me te binnen wat Reinier Sonneveld in zijn boek Het goede leven schrijft: ‘Je wordt wie je bewondert. (…) Wie met Leven omgaat, wordt met leven besmet.’


This Post Has 0 Comments

Leave A Reply






zeven × 6 =