Blog

Nieuwe gelovigen – taak en winst voor de gemeente

tekst: Marleen Baan en Nanda van Eijk
Nieuwe gelovigen die lid zijn geworden van een gemeente worden ¬meestal wel verder ingewijd in het christelijk geloof en vinden hun plek in de gemeenschap. Toch zou dit beter kunnen als het belang hiervan meer wordt ingezien. Belangrijk is dat daarbij de focus ligt op het leven van een nieuw leven en het verbinden van twee werkelijkheden.
Dat blijkt uit het afstudeeronderzoek van Nanda van Eijk en Marleen Baan voor hun opleiding Godsdienst Pastoraal Werk. Deze studenten namen voor hun onderzoek interviews af bij nieuw-gelovigen binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De geïnterviewden deelden in alle openheid hun ervaringen met hun nieuwe geloof en met de gemeente waarvan ze deel zijn gaan uitmaken. Van Eijk en Baan wilden weten of de begeleiding van nieuw-gelovigen een vervolg krijgt nadat zij onderdeel zijn geworden van een gemeente. Gemeenten hebben vaak veel aandacht voor het ‘voortraject’: mensen kennis laten maken met het geloof en de kerk in de vorm van bijvoorbeeld een Alpha-cursus, laagdrempelige kerkdiensten, catechisatie of ander Bijbelonderwijs. Er is veel enthousiasme als iemand tot geloof komt en zich wil voegen bij de gemeente. De indruk van de twee studenten is echter dat de begeleiding van nieuwe gelovigen in het traject daarna onderbelicht blijft. Dat wordt ook bevestigd door de interviews.
Dit afstudeeronderzoek is niet het enige onderzoek over kerken die met nieuwe ¬gelovigen te maken krijgen. Met name ¬Stefan Paas (Missioloog aan de TU Kampen en aan de VU Amsterdam) heeft ook uitvoerig onderzoek gedaan.1 Het onderzoek van Van Eijk en Baan onderscheidt zich hierin dat zij zich hebben verdiept in het vervolgproces.
Zij richtten zich op de vraag welke processen een rol spelen in de periode nadat iemand in contact is gekomen met het christelijk geloof en zich bij een gemeente heeft gevoegd. In het onderzoeksverslag wordt een link gelegd met de kerk in de eerste eeuwen na Christus. Verbonden door doop en avondmaal werden nieuwe gelovigen in de vroege kerk verder ingewijd in het mysterie van het geloof en van de gemeenschap. ’Mystagogie’ wordt dit traject ook wel genoemd. Een aspect dat zoveel eeuwen later onderbelicht lijkt te zijn geraakt in de gereformeerde kerken. In het verslag wordt een aantal aanbevelingen gedaan voor de verdere inwijding en begeleiding van nieuwe gelovigen door de gemeente. Het vervolg van dit artikel geeft een samenvatting van deze aanbevelingen.
Het leven van een nieuw leven
Voor iemand die tot geloof komt, ontvouwt zich een nieuwe werkelijkheid. Oude zekerheden en waarheden komen in een ander licht te staan. Er moet nieuwe betekenisverlening ontstaan om invulling te kunnen geven aan een nieuw leven. Het evangelie is omarmd, maar wat betekent dit vervolgens voor het dagelijks leven? Hoe gaat een christen om met ziekte, met familie of vrienden die niet geloven, met echtscheiding, met de invulling van de zondag en ga zo maar door? Nieuwe gelovigen zijn vaak opvallend radicaal in hun keuzes. Zij hebben de overgang van een oud naar een nieuw leven kort geleden en bewust meegemaakt. Dit kan voor sommige nieuwe gelovigen een verwarrende tijd zijn die vaak niet na een paar jaar voorbij is. In deze tijd is de gemeente van essentieel belang. Enige vorm van begeleiding door gemeenteleden die al langer met God leven zou in dit opzicht gewenst en zonder twijfel verrijkend zijn voor beide partijen.
Uit de interviews komt een sterke behoefte naar voren aan openheid en gesprek, ook over onderwerpen die gevoelig liggen in de kerk. Soms is er behoefte aan uitleg en antwoorden, veel vaker gaat het om het uitwisselen van ervaringen en gedachten. Transparantie is daarbij belangrijk, juist als er geen duidelijke antwoorden zijn. Te gemakkelijke antwoorden kunnen irritatie opwekken en dragen niet bij aan de geloofwaardigheid van de gemeente en aan de geloofsgroei van de nieuwe gelovige. Dit vraagt van de gemeente een -heldere visie op kerk en christen zijn. Wat zijn kernzaken van het christelijk geloof en wat zijn zaken waarover men van mening kan en mag verschillen? Een gemeente die open wil staan voor nieuwe gelovigen zal zich ¬allereerst moeten realiseren wat het betekent dat we allemaal van Gods genade leven. Dat is een zuiver vertrekpunt om de begeleiding van nieuwe gelovigen vorm te geven en hen te helpen het nieuwe leven vorm te geven.
Het verbinden van twee ¬werkelijk¬heden
Voor de geloofsgroei van een ieder en dus ook voor hen die net tot geloof zijn gekomen gaat het erom dat door de gewone werkelijkheid heen steeds meer de werkelijkheid van Gods Koninkrijk zichtbaar wordt. Belangrijke middelen hierbij, zo blijkt uit de interviews, zijn de kerkdiensten en de persoonlijke contacten, één op één of in kleine groepen. De geïnterviewden geven aan voor hun geloofsgroei veel te hebben gehad aan bepaalde personen die daarmee een mystagogische functie hebben vervuld of nog vervullen. In veel gevallen is dat de predikant, maar heel vaak zijn het ook de ‘gewone’ contacten in de gemeente.
Het is belangrijk dat de gemeente zich ervan bewust is dat een nieuwe gelovige die zich bij de gemeente voegt niet vanzelfsprekend ‘één van hen’ wordt. De nieuwe gelovige is één met Christus geworden, maar heeft een andere ‘aanvliegroute’ gehad dan iemand die in de kerk is opgegroeid. Een gemeente of kerkenraad die met nieuwe gelovigen te maken heeft, doet er dan ook goed aan om na te denken over de invulling van haar zogeheten mystagogische taak. De begeleiding van nieuwe gelovigen zal daardoor minder aan het toeval worden overgelaten dan nu vaak het geval is. Het is belangrijk om de nieuwe gelovige verder wegwijs te maken in de kerk en ook in het leven met Christus. Bepaalde vanzelfsprekendheden in de kerk blijken dan soms ineens niet zo vanzelfsprekend te zijn. Geloofstaal die vertrouwd klinkt voor een doorsnee gemeentelid, heeft verdere uitleg en invulling nodig. Niet elke nieuwe gelovige is hetzelfde en niet iedere situatie is gelijk. De mystagogische begeleiding moet daarom zoveel mogelijk op maat gemaakt worden. Iemand die de begeleiding van een nieuwe gelovige op zich wil nemen (de mystagoog) moet in staat zijn om bekende termen en vertrouwde gebruiken levende inhoud te geven. Dit kan door middel van woorden, maar in het verlengde daarvan spreken houding en daden een vaak nog duidelijker taal. Ook moet de mystagoog bereid zijn om zelf medeleerling van Jezus te zijn. Nieuwe gelovigen hebben niet zelden te maken gehad met bijzondere ervaringen. Hierbij passen meestal geen snelle antwoorden. Voorop staat dan de verwondering over de weg die God gaat met elke christen, nieuw of langer gelovend. Als die twee elkaar in de ogen kijken en vol blijdschap kunnen zeggen: ‘Jij ook?! Prijs de Heer, Hij is aan het werk!’, dan raakt dat de kern van mystagogie.
De begeleiding van nieuwe gelovigen laat de gemeente in de spiegel kijken. Deze confronteert elke gelovige met de vraag: in hoeverre zijn die twee werkelijkheden – de zichtbare, platte werkelijkheid en de diepere werkelijkheid van Gods Koninkrijk – in mijzelf met elkaar verbonden?
(De namen van de geïnterviewden zijn om privacyredenen gefingeerd)
Geïnteresseerd? Het onderzoeksverslag is digi
taal op te vragen bij nandavaneijk@casema.nl of fenmvanloenen@kpnplanet.nl
Enkele citaten uit de interviews
‘Die (ouders van vrienden, red.) zijn het meest belangrijk geweest in de begeleiding van hoe je je moet gedragen als je christen bent. Want hoe wij vroeger leefden dat is wel het tegenovergestelde van hoe we nu leven.’ -(Simon en Nelleke, 27 jr.)
‘Ik had altijd gedacht dat ik de enige was in heel veel dingen. In eenzaamheid, in alleen zijn. Maar dan kom ik op de huiskring en dan hoor ik ook dezelfde verhalen.’ (Henk, 40 jr.)
‘En toen kreeg ik een Bijbel in mijn handen en las ik die en toen dacht ik: dit is waar. Toen was ik -gelovig. Zo simpel. Dat was natuurlijk een heel groot feest. Ik kwam echt thuis. Dat was echt fantastisch.’ -(Rosalie, 49 jr.)
‘Zo is er een vrouw (op een Bijbelcursus, red.) die straalt gewoon de liefde van Jezus uit. Als zij vertelt dan merk je dat ze dat echt meent en echt zo voelt. Maar dan zit er ook een andere vrouw en die heeft zo’n Bijbelkennis. Dan hoef je maar iets te noemen en dat weet ze waar het staat. Die kan ook drie verschillende uitleggen geven. Dan denk ik: wow!’ (Erik, 37 jr.)
‘Ik weet wel dat hoe meer ik weet, hoe minder ik eigenlijk echt weet. Ja, dat wel. Er is nog zoveel wat ik niet weet. -Dingen om te ontdekken. Hoe groot het eigenlijk is…. En -hoe nietig je -eigenlijk bent.’ (Iris, 36 jr.)
‘Ik voel me dan (na de kerkdienst, red.) echt -opgeladen en dan begin ik de maandag op een heel ontspannen manier. En de rest van de week ook en aan het eind kijk ik dan echt weer uit naar de zondag. ’ -(Henk, 40 jr.)
‘Ik had zoiets: sorry hoor, hier heb ik zoveel moeite mee. Ik vind het zo raar om met een groepje mensen te zingen!’ (Rosalie, 49 jr.)
‘Als ik hoor dat zij ook over bepaalde dingen -twijfelt, dan is er herkenning. Ik kan met haar overal over praten, zij durft te zeggen als ze dingen niet weet ofzo of als ze het ergens niet mee eens is. Dat doet niet iedereen in de kerk.’ (Annet, 42 jr.)
‘Al die regeltjes, dat vind ik gewoon heel moeilijk. Daar kan ik me niet aan conformeren. Als we lid worden dan zeg je daar toch ja tegen.’ (gastlid Erik, 37 jr.)
Citaten uit geïnterviewden voor het onderzoek

Citaten uit geïnterviewden voor het onderzoek

Nieuwe gelovigen die lid zijn geworden van een gemeente worden meestal wel verder ingewijd in het christelijk geloof en vinden hun plek in de gemeenschap. Toch zou dit beter kunnen als het belang hiervan meer wordt ingezien. Belangrijk is dat daarbij de focus ligt op het leven van een nieuw leven en het verbinden van twee werkelijkheden.

Dat blijkt uit het afstudeeronderzoek van Nanda van Eijk en Marleen Baan voor hun opleiding Godsdienst Pastoraal Werk. Deze studenten namen voor hun onderzoek interviews af bij nieuw-gelovigen binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De geïnterviewden deelden in alle openheid hun ervaringen met hun nieuwe geloof en met de gemeente waarvan ze deel zijn gaan uitmaken. Van Eijk en Baan wilden weten of de begeleiding van nieuw-gelovigen een vervolg krijgt nadat zij onderdeel zijn geworden van een gemeente. Gemeenten hebben vaak veel aandacht voor het ‘voortraject’: mensen kennis laten maken met het geloof en de kerk in de vorm van bijvoorbeeld een Alpha-cursus, laagdrempelige kerkdiensten, catechisatie of ander Bijbelonderwijs. Er is veel enthousiasme als iemand tot geloof komt en zich wil voegen bij de gemeente. De indruk van de twee studenten is echter dat de begeleiding van nieuwe gelovigen in het traject daarna onderbelicht blijft. Dat wordt ook bevestigd door de interviews.

Dit afstudeeronderzoek is niet het enige onderzoek over kerken die met nieuwe gelovigen te maken krijgen. Met name ¬Stefan Paas (Missioloog aan de TU Kampen en aan de VU Amsterdam) heeft ook uitvoerig onderzoek gedaan.1 Het onderzoek van Van Eijk en Baan onderscheidt zich hierin dat zij zich hebben verdiept in het vervolgproces.

Zij richtten zich op de vraag welke processen een rol spelen in de periode nadat iemand in contact is gekomen met het christelijk geloof en zich bij een gemeente heeft gevoegd. In het onderzoeksverslag wordt een link gelegd met de kerk in de eerste eeuwen na Christus. Verbonden door doop en avondmaal werden nieuwe gelovigen in de vroege kerk verder ingewijd in het mysterie van het geloof en van de gemeenschap. ’Mystagogie’ wordt dit traject ook wel genoemd. Een aspect dat zoveel eeuwen later onderbelicht lijkt te zijn geraakt in de gereformeerde kerken. In het verslag wordt een aantal aanbevelingen gedaan voor de verdere inwijding en begeleiding van nieuwe gelovigen door de gemeente. Het vervolg van dit artikel geeft een samenvatting van deze aanbevelingen.

Het leven van een nieuw leven

Voor iemand die tot geloof komt, ontvouwt zich een nieuwe werkelijkheid. Oude zekerheden en waarheden komen in een ander licht te staan. Er moet nieuwe betekenisverlening ontstaan om invulling te kunnen geven aan een nieuw leven. Het evangelie is omarmd, maar wat betekent dit vervolgens voor het dagelijks leven? Hoe gaat een christen om met ziekte, met familie of vrienden die niet geloven, met echtscheiding, met de invulling van de zondag en ga zo maar door? Nieuwe gelovigen zijn vaak opvallend radicaal in hun keuzes. Zij hebben de overgang van een oud naar een nieuw leven kort geleden en bewust meegemaakt. Dit kan voor sommige nieuwe gelovigen een verwarrende tijd zijn die vaak niet na een paar jaar voorbij is. In deze tijd is de gemeente van essentieel belang. Enige vorm van begeleiding door gemeenteleden die al langer met God leven zou in dit opzicht gewenst en zonder twijfel verrijkend zijn voor beide partijen.

Uit de interviews komt een sterke behoefte naar voren aan openheid en gesprek, ook over onderwerpen die gevoelig liggen in de kerk. Soms is er behoefte aan uitleg en antwoorden, veel vaker gaat het om het uitwisselen van ervaringen en gedachten. Transparantie is daarbij belangrijk, juist als er geen duidelijke antwoorden zijn. Te gemakkelijke antwoorden kunnen irritatie opwekken en dragen niet bij aan de geloofwaardigheid van de gemeente en aan de geloofsgroei van de nieuwe gelovige. Dit vraagt van de gemeente een -heldere visie op kerk en christen zijn. Wat zijn kernzaken van het christelijk geloof en wat zijn zaken waarover men van mening kan en mag verschillen? Een gemeente die open wil staan voor nieuwe gelovigen zal zich allereerst moeten realiseren wat het betekent dat we allemaal van Gods genade leven. Dat is een zuiver vertrekpunt om de begeleiding van nieuwe gelovigen vorm te geven en hen te helpen het nieuwe leven vorm te geven.

Het verbinden van twee werkelijkheden

Voor de geloofsgroei van een ieder en dus ook voor hen die net tot geloof zijn gekomen gaat het erom dat door de gewone werkelijkheid heen steeds meer de werkelijkheid van Gods Koninkrijk zichtbaar wordt. Belangrijke middelen hierbij, zo blijkt uit de interviews, zijn de kerkdiensten en de persoonlijke contacten, één op één of in kleine groepen. De geïnterviewden geven aan voor hun geloofsgroei veel te hebben gehad aan bepaalde personen die daarmee een mystagogische functie hebben vervuld of nog vervullen. In veel gevallen is dat de predikant, maar heel vaak zijn het ook de ‘gewone’ contacten in de gemeente.

Het is belangrijk dat de gemeente zich ervan bewust is dat een nieuwe gelovige die zich bij de gemeente voegt niet vanzelfsprekend ‘één van hen’ wordt. De nieuwe gelovige is één met Christus geworden, maar heeft een andere ‘aanvliegroute’ gehad dan iemand die in de kerk is opgegroeid. Een gemeente of kerkenraad die met nieuwe gelovigen te maken heeft, doet er dan ook goed aan om na te denken over de invulling van haar zogeheten mystagogische taak. De begeleiding van nieuwe gelovigen zal daardoor minder aan het toeval worden overgelaten dan nu vaak het geval is. Het is belangrijk om de nieuwe gelovige verder wegwijs te maken in de kerk en ook in het leven met Christus. Bepaalde vanzelfsprekendheden in de kerk blijken dan soms ineens niet zo vanzelfsprekend te zijn. Geloofstaal die vertrouwd klinkt voor een doorsnee gemeentelid, heeft verdere uitleg en invulling nodig. Niet elke nieuwe gelovige is hetzelfde en niet iedere situatie is gelijk. De mystagogische begeleiding moet daarom zoveel mogelijk op maat gemaakt worden. Iemand die de begeleiding van een nieuwe gelovige op zich wil nemen (de mystagoog) moet in staat zijn om bekende termen en vertrouwde gebruiken levende inhoud te geven. Dit kan door middel van woorden, maar in het verlengde daarvan spreken houding en daden een vaak nog duidelijker taal. Ook moet de mystagoog bereid zijn om zelf medeleerling van Jezus te zijn. Nieuwe gelovigen hebben niet zelden te maken gehad met bijzondere ervaringen. Hierbij passen meestal geen snelle antwoorden. Voorop staat dan de verwondering over de weg die God gaat met elke christen, nieuw of langer gelovend. Als die twee elkaar in de ogen kijken en vol blijdschap kunnen zeggen: ‘Jij ook?! Prijs de Heer, Hij is aan het werk!’, dan raakt dat de kern van mystagogie.

De begeleiding van nieuwe gelovigen laat de gemeente in de spiegel kijken. Deze confronteert elke gelovige met de vraag: in hoeverre zijn die twee werkelijkheden – de zichtbare, platte werkelijkheid en de diepere werkelijkheid van Gods Koninkrijk – in mijzelf met elkaar verbonden?

 

Citaten uit geïnterviewden voor het onderzoek

Citaten uit geïnterviewden voor het onderzoek

Enkele citaten uit de interviews

  • ‘Die (ouders van vrienden, red.) zijn het meest belangrijk geweest in de begeleiding van hoe je je moet gedragen als je christen bent. Want hoe wij vroeger leefden dat is wel het tegenovergestelde van hoe we nu leven.’ -(Simon en Nelleke, 27 jr.)
  • ‘Ik had altijd gedacht dat ik de enige was in heel veel dingen. In eenzaamheid, in alleen zijn. Maar dan kom ik op de huiskring en dan hoor ik ook dezelfde verhalen.’ (Henk, 40 jr.)
  • ‘En toen kreeg ik een Bijbel in mijn handen en las ik die en toen dacht ik: dit is waar. Toen was ik -gelovig. Zo simpel. Dat was natuurlijk een heel groot feest. Ik kwam echt thuis. Dat was echt fantastisch.’ -(Rosalie, 49 jr.)
  • ‘Zo is er een vrouw (op een Bijbelcursus, red.) die straalt gewoon de liefde van Jezus uit. Als zij vertelt dan merk je dat ze dat echt meent en echt zo voelt. Maar dan zit er ook een andere vrouw en die heeft zo’n Bijbelkennis. Dan hoef je maar iets te noemen en dat weet ze waar het staat. Die kan ook drie verschillende uitleggen geven. Dan denk ik: wow!’ (Erik, 37 jr.)
  • ‘Ik weet wel dat hoe meer ik weet, hoe minder ik eigenlijk echt weet. Ja, dat wel. Er is nog zoveel wat ik niet weet. -Dingen om te ontdekken. Hoe groot het eigenlijk is…. En -hoe nietig je -eigenlijk bent.’ (Iris, 36 jr.)
  • ‘Ik voel me dan (na de kerkdienst, red.) echt -opgeladen en dan begin ik de maandag op een heel ontspannen manier. En de rest van de week ook en aan het eind kijk ik dan echt weer uit naar de zondag. ’ -(Henk, 40 jr.)
  • ‘Ik had zoiets: sorry hoor, hier heb ik zoveel moeite mee. Ik vind het zo raar om met een groepje mensen te zingen!’ (Rosalie, 49 jr.)
  • ‘Als ik hoor dat zij ook over bepaalde dingen -twijfelt, dan is er herkenning. Ik kan met haar overal over praten, zij durft te zeggen als ze dingen niet weet ofzo of als ze het ergens niet mee eens is. Dat doet niet iedereen in de kerk.’ (Annet, 42 jr.)
  • ‘Al die regeltjes, dat vind ik gewoon heel moeilijk. Daar kan ik me niet aan conformeren. Als we lid worden dan zeg je daar toch ja tegen.’ (gastlid Erik, 37 jr.)
(De namen van de geïnterviewden zijn om privacyredenen gefingeerd)

Geïnteresseerd? Het onderzoeksverslag is digitaal op te vragen bij nandavaneijk@casema.nl of fenmvanloenen@kpnplanet.nl

This Post Has 0 Comments

Leave A Reply






− 2 = drie